Research Institute Child Development and Education

Veelgestelde vragen

Opvoedingsondersteuning

1. Waarom doet de Universiteit onderzoek naar Opvoedingsondersteuning?

Opvoedingsondersteuning is een vak voor pedagogen dat zoveel mogelijk probeert uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde principes en methodieken. Het effectief ondersteunen van mensen bij het opvoeden van hun kinderen is niet zo moeilijk. Dat gebeurt duizenden keren per dag als opvoeders hun vragen en problemen met elkaar bespreken. Onderzoekers naar opvoedingsondersteuning proberen deze alledaagse processen te beschrijven en er lessen uit te trekken voor professionele opvoedingsondersteuning, zodat die ook kan plaatsvinden in situaties die ingewikkelder en lastiger zijn dan de alledaagse situaties. Mede op basis daarvan ontwerpen ze ook nieuwe methoden en programma's. Daarnaast willen onderzoekers ook weten of een bepaalde aanpak werkt. Dat heet onderzoek naar de doeltreffendheid of effectiviteit van een methodiek of programma (zoals Home-Start)

2. Waarom wordt er altijd zo veel onderzoek uitgevoerd?

Onderzoekers doen niet alleen onderzoek uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat het van groot maatschappelijk belang is dat opvoedingsondersteuning voldoende kwaliteit heeft en ouders en kinderen kan bieden wat ze ervan verwachten. De Nederlandse overheid stelt dan ook steeds hogere eisen aan de wetenschappelijke onderbouwing en bewezen effectiviteit van opvoedingsondersteunende programma's en methodieken.

3. Elke persoon en situatie is uniek, hoe kun je dan uitspraken doen over een hele groep ouders?

In onderzoek wordt ook gekeken hoe een programma werkt, voor welke problemen het helpt en voor welke type ouders en kinderen het werkt. Dan nog kan een onderzoek niet voorspellen of een individueel gezin baat heeft bij een programma. Er zal altijd een individuele beoordeling door een professional én de ouder(s) zelf moeten plaatsvinden om in te schatten of een bepaalde aanpak zal aanslaan.

4. Verschillende Opvoedingsondersteuningsprogramma’s vergelijken, is dat geen appels met peren verge

Dat is het zeker. Er zal altijd gekeken moeten worden voor welke doelgroep, voor welke problemen en in welke context een programma wordt uitgevoerd. Zo kan in een bepaalde situatie een bepaalde oudercursus of huisbezoekprogramma heel effectief zijn voor bepaalde problemen en in ander situaties helemaal niet.

5. Kunnen jullie ook uitspraken doen over andere Opvoedingsondersteuningsprogramma’s?

Van een aantal programma's hebben we inmiddels voldoende informatie van voldoende gezinnen om iets te kunnen zeggen over de tevredenheid van ouders en het bereikte effect. Deze gegevens zullen over enkele maanden beschikbaar zijn en ook gecommuniceerd worden met de uitvoerders.

Daarnaast loopt er een onderzoek naar de werkzaamheid van de combinatie van Home-Start en Triple P. Het zal nog wel even duren voor we daar resultaten van hebben.

6. Wanneer zijn de resultaten van het onderzoek over de effectiviteit bekend?

Er is al een aantal publicaties geweest over de effectiviteit van Home-Start (zie onder andere in het linkermenu "Home Start").

Over lange termijn effecten (dwz. na twee jaar) wordt eind 2009 gepubliceerd. In 2010 volgen nieuwe publicaties over effecten. Via het Landelijk Steunpunt Home-Start worden alle Home-Start coördinatoren geïnformeerd.

Gepubliceerd door  RICDE

8 november 2013