Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Onderwijswetenschappen

Research Institute Child Development and Education

Deze onderzoeksgroep onderzoekt de impact van onderwijsbeleid, (school)organisatie en leeromgevingen op de kwaliteit van onderwijs en leerprocessen. Onderzoek vindt plaats in diverse contexten, zowel binnen als buiten scholen. De belangrijkste onderzoeksthema's zijn gelijke kansen in het onderwijs, burgerschapseducatie en leven lang ontwikkelen.

Binnen deze gebieden hebben onderzoeksprojecten betrekking op onderwerpen als schoolsegregatie, diversiteit, zelfregulatie en motivatie, werkplekleren en onderwijsinnovatie. Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn: ‘Hoe kunnen leraren de betrokkenheid en motivatie van leerlingen vergroten?’, ‘Hoe kunnen scholen de samenwerking versterken met ouders van risicoleerlingen?’, ’Hoe geven schoolleiders vorm aan onderwijsinnovatie in de school? ‘Hoe kunnen bedrijven voor hun professionals aantrekkelijke leeromgevingen creëren?’

Het onderzoek van de onderzoeksgroep Onderwijswetenschappen omvat vaak een interventie, of ontwerpcomponent. Het wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met partners in de praktijk (bijv. leraren, schoolleiders, schoolbesturen, bedrijven) en heeft tot doel bruggen te slaan tussen onderwijstheorie en praktijk. 

Dr. L.J.F. (Frank) Cornelissen

Programmagroepleider Onderwijswetenschappen

 

Onderzoeksprojecten

  • Online en blended onderwijs tijdens COVID-19

    De verwachting was al dat online onderwijsvormen steeds belangrijker zouden worden en COVID-19 heeft dit proces alleen maar versneld. Nederland moest begin 2020 noodgedwongen op stel en sprong overschakelen naar online onderwijs. Vanuit onderwijswetenschappelijk perspectief biedt dit natuurlijke experiment een uitgelegen kans om te onderzoeken welke online les- en leerstrategieën mogelijk effectief zijn, en welke niet. Binnen deze projectgroep doen wij onderzoek naar online onderwijsvormen. Het primaire doel is meer te weten te komen over welke (online) strategieën effectief zijn, voor welk (leer)doel en voor welke doelgroep. 

    Relevantie

    Er is momenteel nog te weinig bekend van online didactiek om te kunnen voldoen aan de hoge verwachtingen die voorstanders van online onderwijs voorstaan, zoals hoge prestaties, gemotiveerde studenten en veel flexibiliteit voor zowel docenten als studenten. Om te leren van de talrijke initiatieven die de afgelopen periode binnen (en buiten) de UvA ontstaan zijn, heeft het College van Bestuur ons als projectgroep gevraagd onderzoek te doen naar de ervaringen van de docenten en studenten. Welke aanpak hebben zij gekozen, hoe beviel deze aanpak, wat werkte, wat kon beter, welke elementen moeten we meenemen naar de toekomst en welke juist niet? Dit zijn het soort vragen die ons meer inzicht zullen verschaffen in wat ‘werkt’ in een online onderwijsomgeving. Dergelijke inzichten leveren een belangrijke bijdrage aan de verdere vorming en verbetering van de digitaliseringsvisie van de UvA.

    Methoden

    Tijdens dit eenjarige onderzoek voeren wij vier studies uit:

    1. Een literatuurstudie naar de factoren die bijdragen aan effectief online en blended onderwijs. De resultaten zijn hier te vinden
    2. Een vragenlijstonderzoek onder UvA-docenten waarin gevraagd wordt welke pedagogische strategieën ze gebruikt hebben om hun online lessen op te zetten en  met welk(e) doel(en)? De dataverzameling is reeds afgerond en we zijn nu bezig met de analyse van de data
    3. Een focusgroeponderzoek waarin de bevindingen uit de vragenlijst verdiept worden. Per faculteit zullen (online) focusgroepen met docenten en focusgroepen met studenten worden gehouden. De focusgroepen vinden momenteel plaats
    4. Een casestudie waarin wij aan de hand van interviews ‘best practices’ ophalen bij een aantal belangrijke stakeholders binnen de UvA, zoals onderwijsdirecteuren, examencommissieleden, leden van de (facultaire) TLC’s en docenten. Welke aanpak hebben zij gekozen, waarom werkte dit zo goed en bovenal: voor wie en met welk doel werkte deze aanpak? De casestudie staat gepland voor april/mei 2021.

    Periode

    Dit onderzoek is gestart in augustus 2020 en naar verwachting in mei 2021 afgerond zijn. Vervolgens loopt het project in de zomer nog door om (aanvullend) te publiceren.

    Financiering

    Het onderzoeksproject wordt gefinancierd door het College van Bestuur.

    Onderzoekers

    Dr. N.N. (Natalie) Pareja Roblin

    Bestuur en Bestuursstaf

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Ing. C.M. (Chevy) van Dorresteijn MSc

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Projectleiders/adviseurs

    Prof. dr. M.L.L. (Monique) Volman

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Prof. dr. J.M. (Joke) Voogt

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Dr. L.J.F. (Frank) Cornelissen

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Dr. M.J. (Mariska) Min-Leliveld

    Bestuur en Bestuursstaf

    College van Bestuur

  • Koersen op kansengelijkheid in het onderwijs – van collectief actieprobleem naar collectief actienetwerk

    Kansenongelijkheid in het onderwijs is een wicked problem: ondanks de inzet van een groot aantal uiteenlopende actoren en de investering van talloze miljoenen, blijkt het lastig om tot een effectieve aanpak te komen. In dit project wordt onderzocht hoe verschillende actorgroepen vormgeven aan de maatschappelijke opdracht van het realiseren van kansengelijkheid in het onderwijs. Kansenongelijkheid wordt daartoe benaderd als een collectief actieprobleem, waarvan de aanpak individuele en collectieve inzet vereist.

    We onderzoeken de visie, eigenaarschap en agency – en de relatie daartussen – van verschillende actorgroepen ten aanzien van kansengelijkheid in het onderwijs, en toetsen of het formeren van een collectief actienetwerk aan de hand van een policy game bijdraagt aan de individuele en collectieve agency van verschillende actoren ten behoeve van het realiseren van kansengelijkheid in het onderwijs. In het eerste deelproject wordt middels een mixed methods multiple case study design inzicht gegeven in de visie, eigenaarschap en agency van verschillende actorgroepen op lokaal niveau: ouders, leraren, schoolleiders, schoolbestuurders, beleidsmedewerkers en lokale bestuurders.

    Het tweede deelproject betreft een kwalitatief ontwerponderzoek van een serious policy game gericht op de vorming van een collectief actienetwerk, om de collectieve agency ten behoeve van het realiseren van kansengelijkheid in het onderwijs te versterken. Het onderzoek levert daarmee niet alleen een bijdrage aan de kennisbasis over mogelijkheden en belemmeringen voor de individuele en collectieve inzet voor kansengelijkheid van verschillende actorgroepen. Het resulteert ook in een concrete beleidsinterventie, die professionals in onderwijsbeleid en -praktijk kan ondersteunen om effectiever te koersen op kansengelijkheid in het onderwijs.

    • Looptijd: juni 2021 - juni 2025
    • Gefinancierd door: NRO

    Het Kenniscentrum Ongelijkheid heeft tot doel nieuwe, aanhoudende of groeiende vormen van ongelijkheid in de Metropoolregio Amsterdam – en in het bijzonder de cumulatie van ongelijkheid binnen en over domeinen en levensfasen heen – te beschrijven en te verklaren, en door middel van onderzoek bij te dragen aan de ontwikkeling van praktijken die ongelijkheid kunnen voorkomen of tegengaan. Het Kenniscentrum Ongelijkheid is een gezamenlijk initiatief van de Gemeente Amsterdam en de vier kennisinstellingen UvA, VU, HvA en Inholland.

    Dr. L. (Louise) Elffers

    Uitvoerder/Onderzoeker

  • Toegankelijk hoger onderwijs voor, door en na de poort – een integraal perspectief op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in Nederland

    Het waarborgen van de toegankelijkheid is een breed gedragen doel in het hoger onderwijs (ho). Ondanks deze consensus is nog altijd sprake van significante verschillen in de kansen van studenten met uiteenlopende achtergronden om succesvol in te stromen en te studeren in het hbo en wo.

    In dit onderzoeksprogramma zoeken we naar een antwoord op de vraag waarom studenten die in Nederland volgens de formele kansenstructuur gelijke toegang hebben tot het hoger onderwijs, in de praktijk toch verschillen in hun kansen om succesvol in, door en uit te stromen. We brengen expliciete en impliciete obstakels in beeld die verschillende studentgroepen op hun route naar en door het ho tegenkomen, en onderzoeken de keuzes en strategieën die zij in reactie hierop maken of hanteren.

    Het programma is opgezet langs drie onderzoekslijnen. In de eerste onderzoekslijn wordt een integraal beeld van de kansenstructuur van het ho geschetst door de ogen van leerlingen en studenten in po, vo, mbo en ho. In de tweede onderzoekslijn wordt verder ingezoomd op de kansen en belemmeringen rond specifieke sleutelmomenten en voor specifieke studentgroepen. In de derde onderzoekslijn worden praktijken onderzocht die de toegankelijkheid van het ho beogen te verbeteren.

    Naast individuele opbrengsten van de verschillende deelprojecten, mondt het onderzoeksprogramma uit in een routekaart naar en door het ho, die op interactieve wijze de ontwikkelde kennis ontsluit over sleutelmomenten voor, door en na de poort, de belemmerende en bevorderende factoren op die momenten, en aangrijpingspunten voor het verbeteren van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in de praktijk.

    • Looptijd: 2021- 2025
    • Gefinancierd door: NRO
    Dr. L. (Louise) Elffers

    Uitvoerder/Onderzoeker

  • Diversiteit in de klas leren benutten

    In dit project onderzoeken leraren en onderzoekscoördinatoren/opleiders van vijf basisschoolbesturen en onderzoekers van drie kennisinstellingen gezamenlijk hoe leraren diversiteit in de klas kunnen (leren) benutten voor het creëren van een inclusieve leeromgeving. Zij ontwikkelen een praktisch overzicht van manieren waarop leraren kunnen inspelen op diversiteit in de klas en leraren proberen aspecten daarvan uit die passen bij hun school- en klascontext. Daarnaast beproeft en evalueert het consortium een professionaliseringsaanpak om de diversiteitscompetenties van leraren te vergroten. Het project resulteert in wetenschappelijke artikelen en bruikbare producten voor de onderwijspraktijk. Meer informatie over het project is te vinden op de website van de Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam (WOA) via het Kohnstamminstituut.

    • Looptijd: dec. 2018 t/m sept. 2022
    • Gefinancierd door: NRO (PPO).
    • Uitvoerder/onderzoeker: Prof.dr. Monique Volman in consortium van Kennisinstellingen RICDE-UvA / Kohnstamm Instituut/ Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding HvA, en schoolbesturen ASKO, Zonova, Staij, AWBR, OOADA
    Prof. dr. M.L.L. (Monique) Volman

    Uitvoerder/Onderzoeker

  • De maatschappelijke functie van onderwijs & burgerschap

    Een van de programma's binnen de Afdeling Onderwijswetenschappen richt zich op de maatschappelijke functie van onderwijs, waarbij burgerschapsonderwijs een belangrijke plaats inneemt. Burgerschapsonderwijs heeft daarbij betrekking op de rol van de school bij de maatschappelijke ontwikkeling van leerlingen, als huidige en toekomstige deelnemers aan de samenleving. Het programma omvat drie onderzoekslijnen, die zich richten op i) het in kaart brengen van burgerschapscompetenties van jongeren, ii) het onderzoeken van de kenmerken van effectief onderwijs gericht op burgerschap, en iii) het onderzoeken van mogelijkheden voor effectieve bevordering, sturing en ontwikkeling van burgerschapsonderwijs.

    Voorbeelden van onderzoek waaraan op dit moment wordt gewerkt zijn de ontwikkeling van meetinstrumenten voor de evaluatie van burgerschapscompetenties van leerlingen in het funderend en middelbaar beroepsonderwijs, empirisch onderzoek naar effecten van leerlingkenmerken en klassamenstelling, en onderzoek naar methoden voor schoolzelfevaluatie en onderwijsontwikkeling, en de ontwikkeling van datafeedback als instrument voor onderwijsontwikkeling. Ook wordt gewerkt aan grootschalige dataverzamelingsprojecten op het gebied van burgerschap. Het betreft peilingsonderzoeken in het basisonderwijs en speciaal onderwijs (https://peil-burgerschap.nl/) en internationaal vergelijkend onderzoek naar burgerschapsonderwijs en burgerschapscompetenties van leerlingen (https://www.iccsnederland.nl/).

    Veel onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met andere universiteiten, hogescholen en kennisinstellingen, en in samenwerking met het onderwijsveld. De onderzoeksgroep is nauw verbonden met de Academische Werkplaats Sociale kwaliteit (http://socialekwaliteitonderwijs.nl/) waarin scholen vaste partners zijn waarmee voor schoolontwikkeling en onderzoek wordt samengewerkt. De onderzoeksgroep bestaat momenteel uit drie promovendi, twee postdoconderzoekers, twee universitair docenten en een hoogleraar. Aan de Academische Werkplaats Sociale kwaliteit zijn drie expert-begeleiders verbonden.  

    Dr. R.J.M. (Remmert) Daas

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Dr. A. (Anke) Munniksma

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Educational Sciences

    Prof. dr. A.B. (Anne Bert) Dijkstra

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding