Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Preventieve Jeugdhulp en Opvoeding

Research Institute Child Development and Education

De onderzoeksgroep Preventieve Jeugdhulp en Opvoeding richt zich op de beschermende en versterkende factoren in de ontwikkeling van kinderen, jongeren, en jong volwassenen (0-24 jaar). We kijken daarbij naar de opvoeding door ouders in het gezin, maar ook naar de invloed van leeftijdgenoten en naar de rol van kinderopvang en school als sociale contexten van ontwikkeling.

In verschillende longitudinale studies kijken we op dit ogenblik o.a. naar de ontwikkeling van opvoedgedrag in samenhang met zelfregulatie en stress in kinderen, naar sociale vaardigheden van kinderen en pestgedrag op school, en naar de rol van niet-traditionele gezinsvormen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

Daarnaast doen we veel interventie-onderzoek, o.a. op basis van microtrials, IPD meta-analyses en grootschalige gerandomiseerde trials. Voorbeelden hiervan zijn studies naar de effecten—en werkzame elementen—van opvoedondersteuning zoals Incredible Years, VIPP-SD en de Family Check-up, maar ook naar interventies gericht op het verbeteren van sociaal-emotionele vaardigheden op school en het verminderen van pestgedrag.

Prof. dr. G.J. (Geertjan) Overbeek

Hoofd Onderzoeksgroep Preventieve Jeugdhulp en Opvoeding

 

Onderzoeksprojecten

  • Opgroeien in Amsterdam

    Evaluatie van de Amsterdamse Familieschool

    Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en het Kohnstamm Instituut werken gezamenlijk aan de evaluatie van het Amsterdamse Familie Scholen-project van de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam, afdeling Onderwijs, Jeugd en Zorg, investeert met het Beleidskader PIEK-aanpak 2019-2023; Professionaliseren, Innoveren, Excelleren, Kansen bieden in de gelijke kansen van kinderen. Met de PIEK-aanpak biedt het college scholen de mogelijkheid om een eigen aanpak vorm te geven. Het onderzoek omvat een inventarisatiefase en een evaluatiefase met een longitudinale opzet waarin data wordt verzameld in de schooljaren 2020-’21 t/m 2022-’23.

    Onderzoeksfase 1 – Inventarisatie

    1. Welke concrete activiteiten zijn gepland door de scholen?
    2. Wat is de beginsituatie van leerlingen en ouders op de scholen en samenwerking tussen scholen en professionele partners?

    Onderzoeksfase 2 – Evaluatie

    1. Hoe vindt de uitvoering van programma plaats op de verschillende scholen?
    2. Welke veranderingen zijn zichtbaar bij de leerlingen?
    3. Welke veranderingen zijn zichtbaar bij de ouders?

    In het kort
    Looptijd: 2018- 2023
    Gefinancierd door: een NWO VICI subsidie aan prof. Geertjan Overbeek

    Prof. dr. G.J. (Geertjan) Overbeek

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Preventive Youth Care

  • Gezinnen in de Stad (Family check-up)

    Het doel van dit project is om de effecten van de Family Check-Up (FCU; Dishion, 1990) in de Nederlandse context te evalueren. De FCU is een gezinsgerichte interventie die zich onderscheidt van andere opvoedingsondersteuningsprogramma’s door haar kortdurende karakter (3 sessies) en aandacht voor de krachten van het gezin. In de FCU wordt, samen met het gezin, bekeken wat er al goed gaat, en wat de uitdagingen in het gezin zijn. Zo wordt er op positieve wijze bekeken hoe het gezin vooruit kan gaan. Indien nodig, wordt er in de derde sessie met ouders besproken welke vervolghulp passend is voor het gezin. Echter, veel gezinnen geven aan dat de FCU op zichzelf voldoende steun biedt om gewenste veranderingen voor elkaar te krijgen.

    Onderzoek in de VS en Zweden liet zien dat de FCU leidt tot verbeterde opvoedvaardigheden, familie dynamiek en verminderd probleemgedrag bij kinderen (bijv., Shaw et al., 2016; Smith et al., 2014). Dergelijke onderzoeken lieten ook zien dat de FCU effectief is bij gezinnen met uiteenlopende sociaaleconomische status, en bij verschillende leeftijden van kinderen.

    Indien het onderzoek in dit project laat zien dat de FCU effectief is in het voorkomen en verbeteren van probleem gedrag bij kinderen, kan dit aanleiding bieden om de FCU breed te implementeren in Nederland. Een tweede doel van dit onderzoek is te onderzoeken in hoeverre stedelijke factoren (ook wel urban stressors genoemd) invloed hebben op de effecten van opvoedingsinterventies. Hiermee draagt dit onderzoek bij aan het beantwoorden van de vraag “Wat werkt voor wie?”.

    Methode 

    Dit project zal de volgende studies omvatten:

    1. Een meta-analyse naar de effecten van de FCU die in internationaal onderzoek worden gerapporteerd;
    2. Een uitbreiding van de pilotstudie van Scheffers-van Schayck en collega’s (Trimbos; onder embargo) met een controle groep;
    3. Een RCT met 4 meetmomenten. In deze studie zullen naast directe effecten van de FCU ook de programma-respons trajecten van gezinnen worden geanalyseerd;
    4. Een laatste studie zal met behulp van intensieve metingen inzicht verkrijgen in het veranderingsproces dat de FCU teweeg brengt. Dit onderzoek zal tevens gebruik maken van kwalitatieve data om onderzoeksresultaten te contextualiseren. Daarnaast zal dit onderzoek zich specifiek richten op gezinnen die doorgaans moeilijk te bereiken zijn door hulpverleners.

    In het kort
    Periode: Maart 2020 - Maart 2023
    Financiering: RPA Urban Mental Health

    L.S. (Brechtje) de Mooij

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Preventive Youth Care

  • De vrolijke peuter

    Bijna alle peuters krijgen weleens een driftbui en daarmee kunnen ze ouders tot waanzin drijven. Vooral als de driftbuien regelmatig voorkomen en lang duren en geen enkele reactie van de ouder ervoor lijkt te zorgen dat de driftbui stopt. Het is dan ook niet voor niets dat ouders met peuters een bepaalde hulpeloosheid ervaren en vaak aangeven wel wat hulp te kunnen gebruiken.

    Harvey Karp, een bekende Amerikaanse kinderarts, ontwikkelde de Vrolijke Peuter-methode om op een kind- en oudervriendelijke manier op driftbuien te reageren, zodat ze verminderen. Of het aanleveren van deze vaardigheden echt werkt, onderzoeken Daniëlle van der Giessen en Loes van Rijn – van Gelderen aan de UvA, samen met collega’s en studenten in een randomized controlled trial. Centraal staat hierbij de vraag of na het volgen van de kortdurende interventie peuters daadwerkelijk minder driftbuien laten zien en of ouders beter in staat zijn om emoties en gedrag van peuters te begeleiden tijdens driftbuien.

    In het kort
    Periode: tot en met 2023
    Financiering: Universiteit van Amsterdam

    Dr. L. (Loes) van Rijn-van Gelderen

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Preventive Youth Care

  • Onderzoek Kindertelefoon

    De Kindertelefoon laat een tevredenheidsonderzoek uitvoeren door het Kohnstamm Instituut (KI), dat hierbij samenwerkt met Ruben Fukkink. Kinderen worden uitgenodigd om vragen te beantwoorden na afloop van hun gesprek over hun tevredenheid over contact tijdens het gesprek en hun welbevinden. Meer dan 1000 kinderen hebben – bij chat en telefoon – zo inzicht gegeven in hun recente ervaring met De Kindertelefoon. Het onderzoek wordt naar verwachting in de lente van 2022 afgerond en gepubliceerd.

    In het kort
    Periode: tot voorjaar 2022
    Projectleider: Judith Conijn (KI) i.sm. Iris Bollen (KI) en Ruben Fukkink (UvA)

    Prof. dr. R.G. (Ruben) Fukkink

    Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

    Programme group: Preventive Youth Care

  • Home-Start - ondersteuning van kwetsbare gezinnen

    Wat werkt in Home-Start om gezinnen in kwetsbare omstandigheden te ondersteunen?

    Relevantie

    Jaarlijks worden tienduizenden kwetsbare gezinnen ondersteund door duizenden vrijwilligers vanuit verschillende grote organisaties. Deze opvoedondersteuning is hard nodig, want veel Nederlandse ouders ervaren zorgen en stress omtrent de opvoeding. Vooral bij gezinnen in kwetsbare omstandigheden (bijv. alleenstaande ouders, ouders met financiële stress of in een echtscheidingssituatie) is er vraag naar laagdrempelige opvoedondersteuning. Echter, op dit ogenblik zijn de effecten van opvoedondersteuning nog niet sterk genoeg, en ook niet alle gezinnen hebben er evenveel baat bij. Er is dus een noodzaak, en ruimte, voor verbetering. De centrale vraag in dit project is: "Wat zijn de werkzame elementen in informele opvoedondersteuning, en in welke mate dragen deze werkzame elementen bij aan de effectiviteit van informele opvoedondersteuning?”. De vraagstelling heeft specifiek betrekking op Home-Start, een programma waarbij informele opvoedondersteuning wordt aangeboden door vrijwilligers aan gezinnen in kwetsbare omstandigheden. Home-Start is gericht op de versterking van beschermende factoren, zoals het sociale netwerk, zelfvertrouwen en de opvoedvaardigheden van ouders en verzorgers.

    Doelen en methoden

    • Met gebruikers (ouders/kinderen) en aanbieders (vrijwilligers) worden open interviews gehouden rondom de vraag: “wat werkt in opvoedondersteuning?”. Hierbij wordt nagegaan wat de ondersteuningsbehoefte is vanuit zowel gezinnen als vrijwilligers en wordt de ervaren werkzaamheid uitgevraagd van zowel overkoepelende interventie (kern)elementen.
    • De inzichten van zowel de gebruikers als de aanbieders van Home-Start worden samengevoegd in een nieuw “reflectie instrument werkzame elementen informele opvoedondersteuning”. Dit reflectie instrument wordt vervolgens geïmplementeerd in Home-Start intervisietrajecten voor vrijwilligers.
    • In een case-control studie worden vragenlijstgegevens (over o.a. ouderlijk welzijn en opvoedingsgedrag) van Home-Start (0-6 jaar) of Home-Start+ (7-18 jaar) gezinnen vergeleken met controlegezinnen.
    • Daarnaast zal er bij een kleinere groep gezinnen een dagboekstudie worden uitgevoerd. Op basis van deze gegevens wordt op microniveau verdiepend inzicht verkregen in hoe de werkzame elementen van Home-Start precies invloed hebben op de opvoeding van ouders en op ouder-kind interacties in het gezin.

    In het kort

    • Periode: Januari 2022 - Januari 2025
    • Financiering: ZonMw (744130104)
    • Onderzoekers: 
    Prof. dr. G.J. (Geertjan) Overbeek

    Principal Investigator

    A.M.E. (Anne) Bijlsma MSc

    Co-Principal Investigator

    Dr. P.J. (Peter) Hoffenaar

    Co-Principal Investigator

  • De opkomst van nieuwe gezinnen – Hoe kunnen we hen helpen tot bloei te komen

    Sinds 2020 kunnen man-man koppels samen met de hulp van een draagmoeder en een eiceldonor (ook wel hoogtechnologisch draagmoederschap genoemd) in Nederland een baby krijgen, met op 5 augustus 2021 de eerste geboorte als resultaat. Nu hoogtechnologisch draagmoederschap de komende jaren meer zal worden gebruikt door Nederlandse homoseksuele, maar ook transgender en man-vrouw stellen, is het van belang dat goede counseling beschikbaar komt om de kinderen (en andere betrokkenen) zo goed mogelijk te laten ontwikkelen. Helaas ontbreken evidence-based richtlijnen voor counseling. In dit project zal de benodigde kennis worden verzameld om vervolgens counselingsrichtlijnen en trainingen te ontwikkelen.

    Over het project

    • Penvoerder namens het consortium: Prof. dr. H.M.W. (Henny) Bos - Universiteit van Amsterdam
    • Consortium: Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam UMC - Locatie VUmc, Amsterdam UMC - Locatie AMC, Maastricht University, Universiteit Utrecht, Transgender Netwerk Nederland (TNN), Nij Geertgen, Stichting Zwanger voor een ander, Stichting Dutch Rainbow Family Professionals, Stichting Meer dan Gewenst.
    • Het project wordt gefinancierd binnen het programma van de Nationale Wetenschapsagenda Onderzoek op Routes door Consortia (NWA-ORC). Het toegewezen bedrag is 1,1 miljoen euro. De looptijd van het project is 8 jaar.
    • Meer info en een interview met de penvoeder vind je hier.